Revalideren

De zomer van 2003 was een hele hete met meerdere hittegolven. Mijn vrienden/collega’s en ik werkten de hele zomervakantie bij CineStar. Op vrije dagen zochten we vaak verkoeling bij het Rutbeek, een recreatieplas in de buurt. Zo ook op 7 augustus. Eigenlijk moest ik werken deze dag maar ik had de dag ervoor op het laatste moment een collega bereid kunnen vinden om mijn dienst over te nemen. Met zijn drieën gingen we ’s ochtends vroeg weg om een lekkere lange dag aan het water door te brengen. Dit lukte ook prima, tot een uur of vijf.

Het Rutbeek kent een zandstrandje waarbij je net als aan zee geleidelijk het water in loopt. Wij lagen wat meer aan de zijkant van de plas, waar het water gelijk al wat diepte heeft. Hier maakte ik aan het eind van de middag een fatale duik. Het gebeurde op een plek waar we eerder op de dag ook al gedoken hadden. Ik heb waarschijnlijk net pech gehad met het neerkomen, misschien heb ik een te scherpe duik gemaakt of ben ik op een net iets minder diep gedeelte terechtgekomen. Het was sowieso niet diep hoor, ik wil mezelf absoluut niet vrijpleiten, we hadden er gewoon niet moeten duiken. Wat ik bedoel te zeggen is dat het een ongeluk is dat je zomaar kan overkomen. Over dit soort ongelukken lees je wel eens in de krant en dan denk je snel “wat stom om daar dan ook te duiken”. Zelf zal ik ongetwijfeld ook zo gedacht hebben. Maar ik heb ervaren dat het genuanceerder ligt. Een ongeluk zit echt in een klein hoekje. Van nature ben ik ook geen gevaarzoeker. Veel mensen hebben ook gezegd dat ze dit geen ongeluk voor mij vonden. Het is puur een moment waarop je net even niet stilstaat bij het gevaar en in 1 seconde neemt je leven een draai van 180 graden.

Ik heb geen klap gevoeld en ook totaal geen pijn. Het enige wat ik natuurlijk gelijk merkte ik dat ik lichamelijk niets meer kon bewegen. Ik was toen nog niet eens in paniek, ik herinner me nog dat ik zoiets dacht als “dit zal zo wel overgaan” en dat ik dan zo weer naar boven zou zwemmen. Ik probeerde naar boven te drijven, zodat mijn vrienden, die ik om me heen hoorde, door zouden krijgen dat ik zelfstandig niet meer boven zou komen. Gelukkig hadden ze dit al snel door en hebben ze me het water uitgetild. Hier weet ik zelf niets meer van omdat ik in de tussentijd buiten westen geraakt ben. Na ongeveer 10 minuten tot een kwartier ben ik weer bijgekomen. Er was toen al hulpverlening aanwezig. Ik kan me de bekende vragen herinneren: "Kun je in mijn hand knijpen?”, “Voel je dit?”, “Kun je je rechtervoet bewegen?”. Drie keer nee was het antwoord. Ik werd vervolgens gestabiliseerd en met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Mijn twee vrienden volgden verslagen op de fiets.

Van de eerste twee dagen in het ziekenhuis (op de Intensive Care) kan ik me niet zoveel meer herinneren. Er gebeurt een hele hoop maar ’t meeste gaat langs je heen. De diagnose was vanaf het begin heel duidelijk. Een complete hoge dwarslaesie waarbij geen herstel mogelijk was. Na twee dagen werd ik overgeplaatst naar een verpleegafdeling. De doktoren waren nog een beetje bang dat ik misschien een longontsteking zou krijgen (vanwege binnengekregen water) maar dit viel gelukkig mee. Eigenlijk mankeerde ik verder niets. Daarom kon ik na 3 weken uit het ziekenhuis weg, op weg naar revalidatiecentrum het Roessingh.

De gemiddelde revalidatieperiode voor iemand die net een hoge dwarslaesie heeft opgelopen bedraagt één jaar. Zelf heb ik 25 maanden op het Roessingh doorgebracht. Door een aantal tegenslagen, waaronder langdurige decubitusproblematiek, heb ik ongeveer een jaar vertraging opgelopen. Revalideren is iets heel anders dan in een ziekenhuis liggen. Het is elke dag hard werken om er zo goed mogelijk bovenop te komen. Het programma bestaat voor een groot deel uit fysiotherapie en ergotherapie. Fysiotherapie, om de spieren/functies die nog (deels) functioneren zo goed mogelijk te trainen en ergotherapie om met deze functies om te leren gaan in de praktijk. Tevens leer je bij ergotherapie bepaalde hulpmiddelen (zoals een rolstoel) te gebruiken. De eerste maanden besteed je zo’n 3 uur per dag aan deze therapieën. Dat is meer dan genoeg omdat het erg intensief en daardoor vermoeiend is. Later neemt de frequentie van deze therapieën af en ga je je meer bezighouden met de voorbereiding op je terugkeer in de thuissituatie.

Zoals ik al zei heb ik me ongeveer een jaar lang niet optimaal kunnen richten op mijn daadwerkelijke revalidatie. Na ongeveer een half jaar kreeg ik behoorlijk last van decubitus aan mijn stuit, waardoor ik een lange tijd op bed heb moeten liggen. Uiteindelijk moest er zelfs een operatie aan te pas komen om alles weer te herstellen. Al met al heeft dit me ongeveer een jaar beziggehouden. Eerst ruim 4 maanden liggen en vervolgens de operatie aangezien de genezing niet voldoende bleek te zijn. Na de operatie heb ik nog 2,5 maand moeten herstellen. Gelukkig heb ik tijdens deze lange ligperiodes veel steun gehad aan het vele bezoek van familie en vrienden. Het is een cliché maar tijdens zulke situaties kom je erachter hoe belangrijk deze steun is. Ook mooi meegenomen is het dat ik van jongs af aan een groot filmliefhebber ben, waardoor ik me tijdens de uren tussendoor nooit hoefde te vervelen.

Uiteindelijk, na ruim 2 jaar voortdurend drie stappen vooruit en twee terug, kwam voor mij ook de finish wat betreft het Roessingh in zicht. Ik had inmiddels een nieuw appartement gevonden waar ik op 1 Oktober 2005 samen met Stef (mijn broertje) ben ingetrokken.