Een terugblik op 10 jaar dwarslaesie

7 Augustus 2013 was het precies 10 jaar geleden dat ik de duik maakte die mij mijn dwarslaesie bezorgde.

Op dat moment had ik niet kunnen vermoeden hoe ik er nu, 10 jaar later, bij zou zitten, letterlijk en figuurlijk. Niet dat ik mijn toekomst ooit inktzwart heb gezien, zelfs niet de dagen vlak na het ongeluk. Vanaf dag één heb ik hoop gehad op een toekomst die nog de moeite waard zou zijn en daar heb ik, samen met mijn naasten, ook naar gewerkt. Maar heel veel onzekerheid is er natuurlijk wel. Langzaam maar zeker wordt deze onzekerheid in de weken, maanden en jaren na het ongeluk steeds kleiner. De (on)mogelijkheden van je toekomstige bestaan worden stukje bij beetje duidelijker. Revalideren is belangrijk om fysiek zo goed als mogelijk te herstellen, maar mentaal net zo. Ik ben nooit langere tijd depressief geweest, maar depressieve momenten/dagen heb ik wel gehad. Je kunt het zien als een golfbeweging: soms is de lijn stijgend en ben je positief over je toekomst, andere momenten daalt de lijn en heb je in de toekomst weinig tot geen vertrouwen.

Het steeds kleiner worden van alle onzekerheid en onwetendheid van het begin was voor mij de belangrijkste factor waardoor ik me beter en zelfverzekerder ging voelen. Na verloop van tijd had ik mijn eigen rolstoel, mijn eigen hulpmiddelen en de Fokuswoning waar ik naar toe wilde verhuizen was beschikbaar. Ook lichamelijk leerde ik mezelf weer beter kennen; ik wist inmiddels de meeste signalen van mijn lichaam -die me eerst nog erg onzeker wisten te maken- te interpreteren en te duiden.

De eerste maanden thuis is het weer "leren leven". Er wordt wel eens gezegd dat het echte revalideren pas weer thuis begint en dat is (deels) waar. De omgeving van de revalidatiecentrum is erg veilig en beschermd: artsen, verpleging en andere hulpverleners zijn altijd in de buurt. Daarnaast is revalideren gericht op het weer terugkeren in de thuissituatie: het is iets dat altijd in de toekomst ligt. Van de ene op de andere dag ben je vervolgens thuis en dat "is het dan". Het is alsof je dan voor het eerst beseft hoe je situatie daadwerkelijk is en dat deze handicap voor de rest van je leven bij je zal horen. Dat gevoel is in woorden moeilijk te omschrijven. Een zeer sterk anti-climax gevoel is misschien de beste omschrijving.

Dit gevoel gaat gelukkig ook weer over: je leert je nieuwe hulpverleners kennen waardoor de dagelijkse ADL steeds sneller en soepeler verloopt. Langzamerhand krijg je weer een goed dagritme. Je leert oplossingen zoeken en vinden voor problemen waar je nog tegenaan loopt. Je krijgt meer energie waardoor je weer diverse activiteiten gaat oppikken.

Dit alles is geen kwestie van weken, ook geen maanden, maar jaren. De veranderingen die een dergelijke handicap met zich meebrengt zijn dusdanig ingrijpend dat je erg veel tijd nodig hebt om het allemaal te accepteren. Als er al sprake kan zijn van accepteren. Het een plaatsje geven is waarschijnlijk een betere omschrijving.

Nu, na 10 jaar, voel ik me eigenlijk op mijn best. Ik sta elke dag met veel plezier op en ik verveel me nooit. Ik heb nog een leuk sociaal leven met veel vrienden om me heen, vrienden die me al die jaren ontzettend veel hebben gesteund en geholpen. De bioscoop is nog steeds erg belangrijk voor me: zowel op werk- als hobbygebied. Lichamelijk heb ik weinig problemen (afkloppen!) en, misschien nog wel het belangrijkste, ik voel me oprecht gelukkig. Ik ben tevreden met mijn huidige leven. Meer had ik me 10 jaar geleden niet kunnen wensen. En de toekomst? Ik zie het wel. Momenteel voel ik me goed en ik heb geen aanleiding om te denken dat dat snel zal veranderen. Ik ben wel realistisch en realiseer me dat ik kwetsbaarder ben dan de gemiddelde mens. Maar speculeren over wat er kan gaan gebeuren heeft toch geen enkele zin. Ver vooruit kijken doe ik niet, dat heeft mijn ongeluk me afgeleerd. Ik leef met de dag. Morgen is er weer een nieuwe dag en hoe het dan gaat, dat zie ik dan wel.